Na het maischen bevat het beslag zowel vaste moutresten als vloeistof waarin de suikers zijn opgelost. Om verder te kunnen brouwen moet de heldere vloeistof – de wort – worden gescheiden van de moutresten. Dit proces wordt filteren genoemd. Bij veel moderne hobbybrouwinstallaties gebeurt dit proces in dezelfde brouwketel waarin ook gemaischt is. In de ketel bevindt zich een soort buis of moutpijp waarin het beslag zit. Na het maischen wordt deze moutpijp omhoog geplaatst zodat de vloeistof uit het beslag kan weglopen en de wort in de ketel achterblijft.
Tijdens het filteren wordt de moutpijp of filterbuis langzaam omhoog geplaatst. De moutresten blijven in deze buis achter terwijl de wort door het filter naar beneden loopt en zich onder in de ketel verzamelt.
Het kaf van de mout vormt hierbij een natuurlijk filterbed. Hierdoor worden kleine deeltjes tegengehouden en ontstaat een steeds helderder wort.
In veel installaties wordt de moutpijp tijdelijk op een steun geplaatst zodat de wort rustig kan uitlekken voordat het spoelen begint.
Wanneer de eerste wort uit het beslag is gelopen, wordt er warm water over de moutresten gegoten. Dit heet spoelen. Het spoelwater stroomt door het filterbed en neemt de resterende suikers uit de mout mee naar de ketel.
Het spoelwater heeft meestal een temperatuur van ongeveer: ± 78°C
Door het spoelen wordt:
*Meer suiker uit de mout gehaald
*Voldoende wort verzameld voor het koken
*Het rendement van het brouwen verhoogd
Het spoelen gebeurt meestal rustig en gelijkmatig zodat het filterbed niet wordt verstoord.
Na het filteren en spoelen blijft er in de brouwketel een heldere, suikerrijke vloeistof over: de wort. De moutresten blijven achter in de moutpijp en kunnen uit de ketel worden verwijderd.
De wort is nu klaar voor de volgende stap van het brouwproces:
het koken van de wort en het toevoegen van hop.
Sommige brouwers gebruiken een filterhexe, terwijl andere brouwsystemen werken met een moutpijp of filterbuis.
brouwen stap voor stap